Lauwersmeer, vogelparadijs op vroegere zeebodem

In vroegere tijden stroomden zoet en zout water in elkaar over in de Lauwerszee. Angst voor overstromingen leidde in 1969 tot de bouw van een dam. Lauwerszee werd Lauwersmeer. Op de vroegere zeebodem ontstond een prachtig nieuw landschap. De natuur in het Lauwersmeer is zo bijzonder dat het gebied in 2003 is aangewezen als Nationaal Park. Het Lauwersmeer is één van de belangrijkste vogelgebieden van West-Europa.

Het Lauwersmeer is een onmisbare schakel in de vogeltrek, een massale vogelverhuizing die twee keer per jaar plaatsvindt, in het voorjaar en in het najaar. Miljoenen vogels reizen dan vele duizenden kilometers van hun broedgebied naar de overwinteringsgebieden of andersom. Veel soorten die je in het Lauwersmeer en rond de Noordzee en Waddenzee kunt zien zijn trekvogels. Steltlopers, eenden en ganzen, die in het hoge noorden broeden en hun jongen grootbrengen, ontvluchten in het najaar de kou en trekken zuidwaarts. Sommige overwinteren in Nederland, andere trekken nog verder naar het zuiden. Zij gebruiken het Lauwersmeer en de wadden alleen om zich vol te eten voor het tweede deel van hun lange trektocht naar de overwinteringsgebieden. In het vroege voorjaar stoppen ze er weer tijdens hun reis terug naar de broedgebieden.

In de nazomer vertrekken de wielewaal, de kluut en de lepelaar om in het vroege voorjaar weer terug te keren. ‘s Winters verblijven hier duizenden ganzen. En ontelbare trekvogels vinden er een ‘tussenstation’ op hun jaarlijkse tocht van overwinterings- naar broedgebieden en weer terug. Verschillende vogelkijkhutten en uitzichtpunten bieden goed zicht op de vogels, soms van heel dichtbij.

Eten, drinken en slapen

Het open water van het Lauwersmeer vormt een belangrijke drinkplaats en een veilige slaapplaats voor de vele duizenden ganzen die er overwinteren. Daarnaast vormt het water een belangrijk voedselgebied voor visetende vogels, zoals fuut en zaagbekken, en duikeenden, zoals kuifeend en tafeleend. Het zeer ondiepe water (minder dan 0,5 m) vormt een belangrijk rust- en voedselgebied voor grondelende eenden, zoals de bergeend, en verschillende steltlopers, zoals de kluut.
Natura2000
Het Lauwersmeer is aangewezen als Natura 2000-gebied voor 13 soorten broedvogels (zoals roerdomp), en 29 soorten niet-broedvogels (trekvogels en wintergasten). Al deze soorten zijn kenmerkend voor het landschap van meren en moerassen (‘wetlands’) waar het Lauwersmeer onderdeel van uit maakt. Voor het Lauwersmeer is afgesproken dat in de komende jaren deze vogelsoorten moeten worden beschermd. Dat is nodig om verdere achteruitgang te voorkomen. Na 2021 moet het aantal vogels van deze soorten toenemen. Daarom is een beheerplan opgesteld met een looptijd van zes jaar.

Vogels per deelgebied

 

Ballastplaatbos

Hoewel het Ballastplaatbos pas enkele tientallen jaren oud is, hebben typische bosvogels het hier al prima naar hun zin. Zo broeden roofvogels als buizerd en havik hier en schalt elk voorjaar het ‘duu-de-lio’ van de wielewaal door dit bos.

Lauwersoogbos

Grenzend aan de oostkant van het dorp Lauwersoog ligt het Lauwersoogbos. Dit bos is na het afsluiten van de Lauwerszee ingeplant met populier, es, eik, spar en den. De rechte rijen bomen laten duidelijk zien dat dit mensenwerk geweest is. Toch heeft dit jonge bos zeker natuurwaarden te bieden. Het biedt specifieke bosvogels een veilige nestplek.
En voor veel trekvogels biedt het bos een beschutte rustplaats op hun lange reizen van noord naar zuid en vice versa.

Marnewaard

De Marnewaard is na de afsluiting van de Lauwerszee ingericht als militair oefenterrein. Het gebied is grotendeels opgehoogd met zand en voorzien van een drainagesysteem.
Vooral tijdens zeer natte periodes zoeken veel dieren uit het Nationaal Park een veilige toevlucht in de Marnewaard. Zo vinden reeën hier voldoende dekking in de bossen en bosschages. En door de relatief droge grond voelen muizen, konijnen en hazen zich hier ook prima thuis. En al die muizen trekken flink wat roofvogels aan, zoals havik, buizerd en kiekendieven. In de Marnewaard ligt ook een zgn. oeverzwaluwwand. Dit is een steile zandwand, waarin oeverzwaluwen hun nestgangen graven. In mei en juni is het er een drukte van belang met af- en aanvliegende oeverzwaluwen. In september vertrekken ze weer richting tropisch Afrika.
Een heel bijzonder stukje natuur ligt in het noordoosten van de Marnewaard, pal achter de zeedijk. Hier is sprake van zoute kwel onder de zeedijk door, waardoor hier bijzondere zoutminnende planten voorkomen. In het najaar valt vooral de paarsgekleurde zeeaster op. De plas is een geliefde rustplaats voor vele soorten steltlopers, die met laagwater op de wadplaten hun kostje bij elkaar scharrelen.

Groninger platen

In de zuidoosthoek van het Nationaal Park ligt een aantal voormalige platen doorsneden door oude geulen. Deze platen bestaan in hoofdzaak uit rietvelden en grazige weiden. Met name voor vogels vormt dit gebied een eldorado. Het gebied is slechts beperkt toegankelijk. Maar vanaf de Strandweg heb je een goed uitzicht over de verschillende platen.
Bij het Jaap Deensgat tref je een prachtige, in heel Nederland vermaarde vogelkijkhut aan. Wel is de afstand tot het water vrij groot, zodat een verrekijker gewenst is. In het ondiepe water tref je allerlei eenden, steltlopers en meeuwen aan. In augustus en september rusten hier regelmatig enige honderden lepelaars. In de winter is dit gebied het domein van de slechtvalk. Vlakbij de vogelkijkhut is nog een kleine uitkijkheuvel met uitzicht op een plasje tussen het riet. Met enig geduld en geluk ziet of hoor je hier typische moerasbewoners, als baardmannetje, rietgors of waterral. Boven het riet zweeft vaak de bruine kiekendief.

Zuidelijke platen

Aan de zuidkant van Nationaal Park Lauwersmeer vind je de Kollumerwaard, de Sennerplaat, de Blikplaat, de Middelplaat en de Zoutkamperplaat: een zeer uitgestrekt gebied met grazige weiden, uitgestrekte rietvelden en spontane bosopslag.
Vooral bij roofvogels is dit gebied in trek. Zo zijn hier vrijwel altijd wel buizerds, kiekendieven en torenvalken te zien. Ook bij grauwe ganzen is dit gebied geliefd.
Zeer de moeite waard is de prachtige uitkijktoren De Baak. Vanuit de toren heb je een prachtig uitzicht over het terrein. En met een beetje geluk zie je een grote zilverreiger of zelfs een roerdomp over vliegen.
Sinds enige jaren broedt een paartje zeearenden met wisselend succes op de Sennerplaat. De “vliegende deuren’ zoals deze majestueuze roofvogels ook wel genoemd worden verblijven vrijwel het hele jaar in Nationaal Park Lauwersmeer. Ze vinden hier rust en voldoende voedsel. Vanaf het uitzichtplateau Zomerhuisbos (Kollumeroord) heb je zicht op het broedgebied van de zeearend en een grote kans om ‘m te spotten.

Kollumeroord

In het zuidwestelijke deel van Nationaal Park Lauwersmeer ligt het Kollumeroord. Hier tref je naast aangeplant bos uitgestrekte rietvelden aan. Het Zomerhuis- en het Diepsterbos bestaan vooral uit populier, abeel, els en wilg. Het biedt aan tal van echte bosvogels, zoals grote bonte specht en zomertortel broedgelegenheid. Tijdens de vogeltrek biedt het bos onderdak aan allerlei soorten zangvogels, zoals goudhaantje en matkop.
De uitgestrekte rietvelden zijn vooral bij moerasvogels in trek. In het voorjaar klinkt hier het mysterieuze ‘gehoemp’ van de roerdomp. Net een misthoorn. En boven het riet zweeft vaak de bruine kiekendief op zoek naar prooi.

Ezumakeeg

Aan de Friese kant ten zuiden van Ezumazijl ligt de Ezumakeeg. De toplocatie om vogels te kijken!
Het gebied is zeer in trek bij eenden, ganzen en steltlopers. Jaarlijks worden hier zeer zeldzame soorten gespot.
Dit voormalige landbouwgebied is voor een groot deel als ondiep moerasgebied ingericht. Het gebied is afgesloten van het Lauwersmeer, heeft een hoger peil en wordt gevoed door regenwater. Wel is er een vistrap om de intrek van met name stekelbaarsjes mogelijk te maken. Zij vormen voedsel voor tal van visetende vogels, waaronder de Lepelaar.
Vanaf de weg heb je mooi uitzicht op het ondiepe water en de vele vogels.
In het noordelijk deel van de Ezumkaaeg is een kijkheuvel met curvebanken. Een mooie plek om even uit te rusten en te genieten van de vele steltlopers en eenden.
De Sylkajút in het zuidelijk deel van de Ezumakeeg is een prachtige hut, waar je tijdens de voor- en najaarstrek kans hebt op zeer interessante vogels zoals grauwe franjepoot en gestreepte strandloper. Zowel dichtbij als erg ver weg kun je bijzondere steltlopers waarnemen. De zeearend wordt hier vaak gezien, alsmede kleine zwanen en eenden. De grauwe gors is hier in het voorjaar meerdere keren waargenomen.

Bantpolder

In het noordwesten van Nationaal Park Lauwersmeer, aan de Friese kant, ligt de Bantpolder. Dit weidegebied, in beheer bij Natuurmonumenten, is speciaal ingericht voor water- en weidevogels. Door een verhoogde waterstand en de glooiende oevers hebben diverse weidevogels, zoals grutto, kievit en scholekster, het hier prima naar de zin. De Bantpolder is vooral vermaard door de duizenden overwinterende ganzen. In de polder verblijft ’s winters een deel van de brandganzenpopulatie die broedt op Nova Zembla in de Barentszzee. In november kan hun aantal oplopen tot 15.000 exemplaren. Vanaf de parallelweg en de dijk die de Bantpolder van de Waddenzee scheidt, heb je een goed uitzicht op het gebied. Om verstoring van vogels te voorkomen, is het gebied niet vrij toegankelijk.