Nationaal Park Lauwersmeer

Nieuw land

Na de afsluiting in 1969 van de Lauwerszee geeft de Minister van Financiën aan de Rijksdienst IJsselmeerpolders (RIJP) opdracht om het nieuwe gebied (ruim 9000 ha), in samenwerking met Rijkswaterstaat, in te richten en te beheren. Er lag toentertijd ongeveer 7000 ha nieuw land 'braak'. Ongeveer 2000 ha van de vroegere Lauwerszee blijft open water. De hoogste, vruchtbaarste delen van het Lauwersmeergebied werden landbouwgebied, een ander deel werd als militair oefenterrein ingericht en op verschillende plaatsen kwamen voorzieningen voor recreatie. Maar in het grootste deel van het gebied kreeg de natuur de vrije hand om zich te ontwikkelen.

Een enorme ingreep

De afsluiting betekende voor de waddennatuur in het Lauwerszeegebied een enorme ingreep. In het begin zat er nog veel zout in de bodem. Er groeiden dan ook planten die ook in het waddengebied te vinden zijn, zogenaamde zoute pioniers. Het ontstaan van brak grasland ging heel traag. Toen het er eenmaal was, ging de verruiging van de graslanden snel. Het opkomen van struweel ging daarentegen weer vrij langzaam. Rond 1980 startte Rijkswaterstaat met actief natuurbeheer. In 1982 is de keuze gemaakt om delen van het gebied (1000 ha) te laten begrazen in het zomerseizoen. Hierdoor bleven, zo hoopte men, de (brakke) grazige en slikkige terreinen aanwezig. Vanaf 1989 kwam daar ook jaarrondbegrazing bij. In gebieden waar geen begrazing werd uitgevoerd, nam de verruiging snel toe, waardoor de slikken geheel begroeid raakten. De dierenwereld veranderde mee met de ontwikkeling van het plantenaanbod. De eerste dieren die het gebied bevolkten waren - uiteraard - de vogels. Al snel daarna volgden de zoetwatervissen, die op hun beurt weer als voedsel dienden voor lepelaars, aalscholvers en duikeenden. Vanuit het omringende, 'oude' land trokken reeën, konijnen, hazen, vossen, muizen, mollen en andere kleine zoogdieren het Lauwersmeergebied binnen. In de loop der tijd verdwenen sommige dieren uit de beginfase of namen in aantal af. Maar er kwam een groot aantal nieuwe soorten voor in de plaats.

Natuurbeleid

Grote delen van het Lauwersmeergebied werden in het kader van de derde Nota Ruimtelijke Ordening aangewezen als Grote Eenheid Natuurgebied (GEN). Deze status is in juli 1994 overgegaan in de wettelijke status van Staatsnatuurmonument, vallend onder de Natuurbeschermingswet. De aanwijzing tot Staatsnatuurmonument betekent niet dat eigenaren en gebruikers niets meer mogen. Meestal is de aanwijzing erop gericht de bestaande toestand te handhaven. Als het bestaande beheer en gebruik voor de natuur niet schadelijk is, mag dat gewoon worden voortgezet. In het Lauwersmeergebied geldt dat o.a. voor het scheepvaartverkeer in de vaargeul. Uiteraard moeten gebruikers en bezoekers zich wel aan de regels houden. Activiteiten die wel schadelijk zijn, maar toch noodzakelijk, kunnen met een vergunning worden toegestaan. Sinds 1 januari 1993 is 4700 ha van het Lauwersmeergebied toevertrouwd aan de zorgen van Staatsbosbeheer.Met de herinrichting van de Kollumerwaard in 2004 is dit gebied met 250 hectare uitgebreid. Momenteel beheert Staatsbosbeheer dus circa 5.000 hectare.

Instelling Nationaal Park

In het Structuur Schema Groene Ruimte, deel 3 (1993) werd het Lauwersmeergebied als een potentieel Nationaal Park genoemd. Zo'n Nationaal Park is volgens internationaal aanvaarde definities 'een aaneengesloten gebied van tenminste 1000 ha, bestaande uit natuurterreinen, wateren en/of bossen, met een bijzonder landschappelijke gesteldheid en planten- en dierleven, waar tevens goede mogelijkheden zijn voor recreatief medegebruik'. De Voorlopige Commissie Nationale Parken (VCNP) heeft in 1997 een advies uitgebracht met daarin de mogelijkheden om het Lauwersmeer aan te wijzen als Nationaal Park in oprichting (i.o.). In 1999 is het gebied formeel aangewezen als Nationaal Park i.o. Toen is ook het Overlegorgaan officieel benoemd. De belangrijkste taak van dit Overlegorgaan was het opstellen van een gezamenlijk gedragen Beheer- en Inrichtingsplan voor het gebied. In dit plan geeft het Overlegorgaan (op hoofdlijnen) aan welke doelen zij zichzelf stelt en hoe zij die denkt te bereiken. Dit plan is in 2003 door de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit goedgekeurd. Op 12 november 2003 heeft minister Veerman van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit officieel de status van Nationaal Park toegekend.

afdrukken